Spelregels kwartet
Voor:
2 tot 4 spelers
Doel:
Verzamel zoveel mogelijk sets van 4 bij elkaar horende kaarten (een kwartet),
of 5 kaarten voor een superkwartet.
Spelverloop:
- Kaarten delen: Schud de kaarten en deel ze uit aan alle spelers. Het kan voorkomen dat sommige spelers één kaart meer krijgen dan anderen.
- Beginnen: De jongste speler, of de speler links van de deler, mag beginnen.
- Kaarten vragen: Tijdens je beurt vraag je een kaart aan een willekeurige medespeler. Je mag alleen naar een kaart vragen als je zelf al minstens één kaart van dat kwartet bezit.
- Formuleren van de vraag: Stel je vraag duidelijk, bijvoorbeeld: “Mag ik van [naam speler] van het kwartet [naam kwartet] de kaart [naam kaart]?”
- Doorgaan of beurt wisselen:
- Heeft de gevraagde speler de kaart, dan moet hij/zij die afgeven en mag jij doorgaan met vragen.
- Heeft de speler de kaart niet, dan eindigt jouw beurt en is de speler die je hebt gevraagd aan de beurt.
- Kwartet maken: Zodra je een set van vier kaarten (of een superkwartet van vijf kaarten) compleet hebt, roep je “Kwartet!” en leg je de kaarten open voor je neer.
- Einde van het spel: Het spel eindigt zodra alle kwartetten compleet zijn. De speler met de meeste kwartetten wint.
Spelvarianten
Met een pot (bijv. bij 2 spelers)
De spelers krijgen elk een aantal kaarten, de rest gaat in de pot.
Als een speler een kaart vraagt die de ander niet heeft, krijgt diegene een kaart uit de pot en is de beurt voorbij.
4 is genoeg
Leg van elk superkwartet één kaart open op tafel.
Zodra een speler vier kaarten van een superkwartet heeft verzameld, pakt hij/zij de ontbrekende kaart erbij.
Met open kaarten
Leg 6 willekeurige kaarten open op tafel, de rest verdeel je over de spelers.
Als je een kwartet compleet kunt maken met kaarten van de tafel pak je die erbij.
Met strafkaarten
Voor de superkwartetten leg je vier kaarten open neer zodra je ze hebt.
De vijfde kaart blijft in iemands hand en telt als strafkaart; wie aan het einde van het spel een strafkaart overhoudt, krijgt één strafpunt.
De eindscore is het aantal kwartetten minus strafpunten.
Leerzaam kwartet
Wanneer een speler een kaart vraagt en ontvangt, leest de spelleider of speler de tekst op de kaart hardop voor.
De spelleider stelt een korte vraag die aansluit bij de kaart of bij een compleet kwartet, bijvoorbeeld:
- "Wat zie je op het plaatje?"
- "Heb jij dat ook eens gezien/meegemaakt?"
- "Hoe/waar is dat op onze club?"
- "Kun jij nog meer voorbeelden noemen?"
De spelleider houdt de vragen kort zodat het speltempo behouden blijft, past de vragen aan de leeftijd en het onderwerp aan, en zorgt dat iedereen aan bod komt.